Overtijdsbehandeling
Een overtijdbehandeling is een mini-abortus.
Je komt hier alleen voor in aanmerking als je niet langer dan twee weken
overtijd bent. Wat gebeurt er? De arts gaat met een dun slangetje dat
is aangesloten op een vacuümpomp, in de vagina. Via je baarmoedermond
komt het in de baarmoeder terecht. De baarmoeder wordt leeggezogen,
waardoor het bevruchte eitje met wat slijm naar buiten komt. Mocht je
ongepland zwanger zijn en zeker weten dat je het kind niet wilt houden,
wacht dan niet te lang. Een abortus, in welke vorm ook, is ingrijpend.
Hoe eerder je een abortus pleegt, hoe minder belastend het fysiek én
emotioneel is. Allereerst heeft een vrucht van twee weken nog niet de
vorm van een kind. Eventuele schuldgevoelens zijn daardoor vaak minder
groot. Bovendien merk je nog nauwelijks dat je zwanger bent. Fysiek
is een overtijdbehandeling minder ingrijpend dan een latere abortus.
Omdat het in zo'n vroeg stadium gebeurt, is slechts een heel dun slangetje
nodig. De baarmoedermond hoeft niet opgerekt te worden en de ingreep
duurt maar een kwartier. Na wat rusten kun je naar huis. Controle achteraf
is heel belangrijk, want de methode faalt wel eens. Ben je overtijd
en kun je zwanger zijn, koop dan zo snel mogelijk bij de drogist een
zwangerschapstest. En als je zwanger bent: steek je kop niet in het
zand, maar zoek hulp! Voor informatie en een gesprek kun je terecht
bij je huisarts, de Rutgers Stichting (030-2313431) of de FIOM (073-6128821).