|
Adoptiesnelheid
Snelheid waarmee adoptieproces wordt doorlopen hangt af van: 1) het relatieve
voordeel van de innovatie, 2) de complexheid van de innovatie, 3) de deelbaarheid
van de innovatie, 4) de rol van persoonlijke beïnvloeding en 5) de aansluiting
bij bestaande produkten.
Adoptiesnelheid (1)
Snelheid waarmee een bepaald nieuw produkt wordt aanvaard in het consumptiesysteem
van afnemers. Rogers onderscheidt: innovators, early adopters, early majority
en laggards. Verschilt per produktcategorie.
Adverteerder
Degene in wiens opdracht een advertentie, reclame-uiting wordt geplaatst.
Advertentie
Betaalde reclame-uiting/reclameboodschap, geplaatst in een gedrukt medium
en als zodanig te onderscheiden.
Advertentieverkoper
Functionaris, in dienst van een persmedium en belast met de verkoop van
advertentieruimte aan adverteerders en reclamebureaus.
Advertising Age
Wekelijks verschijnend Amerikaans reclame-tijdschrift.
Advertising Manager
Moderne benaming voor reclamechef bij adverteerder. Functie op de marketingafdeling,
in de marketingorganisatie. Is verantwoordelijk voor alle reclame-uitingen;
vaak ook voor het contact met het reclamebureau.
Advertising target
Zie: Reclamedoelstelling.
Advertising to sales ratio
Verhoudingsgetal dat het reclamebudget uitdrukt in een percentage van
de afzet/omzet van het desbetreffende produkt/bedrijf. In principe een
afgeleid reclamebudgetteringssysteem.
Adviesprijs
Meestal door fabrikant/importeur aanbevolen prijs waartegen de handel
een produkt of dienst aan de consument zou moeten verkopen. Aanbevolen
consumentenprijs. Heeft veelal in tegenstelling tot bodemprijs geen dwingend
karakter.
Af-fabrieksprijs
De prijs die de fabrikant de handel in rekening brengt.
Affectief
Het gevoel betreffend. Vormt samen met cognitief en conatief de attitude.
Affiche
Een aanplakbiljet, dat als reclame-uiting kan worden aangebracht op een
daarvoor bestemd officieel plakbord. Daarnaast is het mogelijk zgn. vrij
te plakken op niet-officiële plaatsen.
Affiliatie
Systeem waarbij een grootwinkelbedrijf de grossiersfunctie uitoefent voor
een aantal gecontracteerde detaillisten uit het midden- en kleinbedrijf.
Affiliatiesysteem
Zie: Affiliatie.
Afgeleide vraag
De vraag naar industriële goederen en diensten heet "afgeleide vraag"
omdat zij bepaald wordt door of is afgeleid van de vraag (door de finale
consument) naar de produkten die middels die industriële goederen en diensten
worden gemaakt.
Afhankelijke steekproef
Een steekproef die via één of meer variabelen is gerelateerd aan een andere
steekproef, uit dezelfde populatie. Staat tegenover onafhankelijke steekproef.
Afkoelingsperiode
Bij colportage-verkopen die de ¦ 75,- te boven gaan mag de koper binnen
de 8 dagen nadat de colporteur de contracten bij de KvK heeft laten dagtekenen,
de koop eenzijdig ongedaan maken. Die acht dagen bedenktijd heten de zogenaamde
afkoelingsperiode.
Afloopfase
Zie: Neergangsfase, afstervingsfase, afnamefase en declinefase
Afnamefase
Zie: Afloopfase, afstervingsfase, neergangsfase en declinefase.
Afnemer
Persoon, huishouden of organisatie die produkten koopt om daarmee in behoeften
te voorzien.
Afnemerskrediet
Krediet dat door de afnemer aan de leverancier wordt gegeven. Staat tegenover
leverancierskrediet.
Afnemerstrouw
De trouw die een afnemer aan een leverancier (leverancierstrouw) of merk
(merkentrouw) betoont door hetzij bij dezelfde leverancier te blijven
kopen, hetzij door hetzelfde merk te blijven kopen.
Afrekensysteem
Wijze, waarop afnemer het gekochte moet afrekenen. Cash of op rekening.
Met cheques, credit cards, via barteringguldens, goederen etc..
Afroompolitiek
Prijsbeleid m.b.t. nieuw produkt. Beleid, waarbij de prijs bij introductie
zeer hoog en later successievelijk lager wordt gesteld. Alleen dan zinvol
als (gedeelte van de) markt prijs-inelastisch reageert en als concurrentie
niet snel kan volgen. Zie: skimmingstrategie.
Afroomstrategie
Ander woord voor afroompolitiek en skimmingstrategie.
Afstandsverkoop
Het contact tussen de vertegenwoordiger en de klant vindt plaats via brief,
telefoon telex of iets dergelijks.
Afstervingsfase
De laatste fase van de produktlevenscyclus. De omzet loopt terug en de
winst slaat veelal om in een verlies. Ook wel afloopfase, afnamefase,
neergangsfase of declinefase genaamd.
After sales service
Service na de verkoop. Installatie, reparatie, onderhoud, training en
dergelijke. Kan betaalde en onbetaalde service zijn. Soms gedurende garantietermijn
onbetaald, daarna betaald.
After-market
Vooral bij duurzame consumptiegoederen en investeringsgoederen is sprake
van after-market.
Afzet
1) Aantal verkochte stuks. Denk erom: afzet in stuks, omzet in geld. 2)
De verkoop in stuks. 3) Verkoop. 4) De afzet bij een bepaalde prijs.
Afzetspreiding
De ratio (in %) tussen het aantal outlets waarin een bepaald merk verkocht
wordt en het aantal outlets voor de betreffende produktsoort.
Afzetverwantschap
Kenmerk van een assortiment of produktgroep. Mate waarin produkten binnen
het assortiment of de produktgroep verwant zijn in de wijze waarop ze
worden afgezet: zelfde kanaal, zelfde soort verkooppersoneel, zelfde (soort)
campagne, etc.
Agenda setting theorie
Een visie op media (krant, tijdschriften, radio, televisie, etc.), die
stelt dat media bepalen waarover wij praten.
Agent
Ook wel handelsagent of fabrieksagent. Zelfstandige onderneming, die bemiddelt
bij het tot stand komen van contracten. Agent wordt geen juridisch eigenaar
van de goederen, koopt dus niet voor eigen risico in. Vaak heeft agent
eigen exclusief rayon.
Agent middlemen
Handelsbemiddelingsbedrijven.
Aggregatie
Ander woord voor samenvoegen. Als woord treft u het aan in begrippen als
geaggregeerde marketing, marktaggregatie. Ook het samenvoegen van segmenten
of klantengroepen, contra-segmentatie is een vorm van aggregatie.
Agio
Opgeld. Het bedrag dat aandeelhouders bij het nemen van aandelen boven
de nominale waarde in de vennootschap storten.
Alleenverkoop
Een vorm van verticaal kartel, waarbij een fabrikant of importeur het
exclusieve recht op verkoop in een bepaald gebied geeft aan een detaillist.
Alles-wat-je-nodig-hebt-methode
Een van de vele methoden om een reclamebudget vast te stellen. Hierbij
wordt de hoogte van het reclamebudget bepaald door wat de onderneming
aan budgetruimte beschikbaar heeft.
Allocatie
Het aanwenden van schaarse middelen (geld, personeel, produktiemiddelen)
in een bepaalde richting.
Allowance
Bijdragen van fabrikant/grossier aan de detailhandel in de vorm van een
handelskorting of een vast bedrag ter dekking van onkosten of bijdragen
aan reclame of promotie-activiteiten.
Alphanumerieke gegevens
Gegevens bestaande uit getallen en letters.
Ambigu
Betekent dubbelzinnig. Iets dat op meerdere wijzen begrepen kan worden
of voor meerdere uitleg vatbaar is. Slaat vaak op vragen in een enquête.
Deze moeten eenduidig en dus niet ambigu zijn.
Ambulante handel
Vorm van detailhandel waarbij men persoonlijk contact heeft met consumenten,
maar waarbij geen sprake is van een permanente winkellokatie. Voorbeelden:
markt- en straathandel.
Ambulante verkoop
De vertegenwoordiger begeeft zich naar de klant.
Analyse
Activiteit waarbij alle informatie die relevant is of kan zijn voor het
bepalen van het beleid in de komende periode wordt geïnventariseerd en
bestudeerd. Valt uiteen in externe analyse en interne analyse.
Anonieme reclame
Reclamevoering waarbij de opdrachtgever om bepaalde redenen onbekend wenst
te blijven (de zgn. advertenties onder nummer).
Anonimiteit
Anoniem betekent "naamloos", "ongetekend", "van
wie de naam onbekend is of niet genoemd mag worden". Dat laatste
geldt voor de ondervraagde in elk marktonderzoek: anonimiteit moet gewaarborgd
worden. Diens naam wordt dus niet bekend gemaakt.
Ansoff (Igor)
Managementadviseur, auteur en professor in de industriële economie. Ondermeer
bekend om zijn vierdeling in mogelijke groeistrategieën: marktpenetratie,
produktontwikkeling, marktontwikkeling en diversificatie.
Anti-cyclische reclame
Een techniek in de reclame. In conjunctureel slechte periode meer reclame-druk
geven en v.v.
Anti-kartel wetgeving
Geregeld in de Wet Economische Mededinging (1958). Deze wet heeft het
karakter van misbruikswetgeving, zij schept de mogelijkheid op te treden
tegen een 2-tal vormen van economische macht t.w. mededingingsregeling
en de economische machtspositie.
Antwoordtendentie
Neiging van personen die meewerken aan een enquête om zich bij de beantwoording
te laten beïnvloeden door de wijze van vraagstelling en de volgorde van
de vragen in de vragenlijst. Zo heeft men bijvoorbeeld de neiging om na
een aantal malen "nee" ook eens met "ja" te antwoorden.
Appeal
Basismotief waarop prospects in een advertentie of verkoopgesprek worden
aangesproken. Benaderingswijze van klanten/afnemers in advertenties of
verkoopgesprekken.
Approach
De manier waarop de doelgroep in een reclamecampagne of in een verkoopgesprek
wordt benaderd (wijze van vormgeven): direct, indirect, factueel, imaginatief,
etc..
Arbitrage
Het voorleggen van een conflict aan een derde onafhankelijke partij die
als onpartijdige rechter optreedt en bij wiens beslissing beide partijen
zich op voorhand neerleggen. Komt steeds vaker voor bij geschillen tussen
kopers en verkopers.
Area-sample
Steekproef die in een bepaald gebied getrokken is.
Art-director
Functie bij reclamebureau. Is verantwoordelijk voor de vormgeving van
de reclame-uiting en maakt meestal samen met de copywriter het concept.
Artikel
Variant van een produkt. Bepaalde smaak-, kleur-, verpakkings-, design-,
vorm- of andere variant van een produkt. Zie: produktitem en produktvariant.
Artikelgroep
Groep artikelen die overeenkomst of verwantschap vertoont. Verwantschap
kan bij een fabrikant gelegen zijn in produktie, verkoop of marketing.
Bij handelsonderneming in aard (b.v. food versus non-food), in consumptie
(b.v. computerbenodigdheden).
Artwork
Werk van een reclamebureau voor zover het betrekking heeft op het maken
van grafische voorstellingen, foto's, etc..
As marketed product test
Als onderdeel van de produktontwikkeling wordt een produkt getest, zoals
het gemarked wordt (zelfde verpakking, verkooppunten, prijs, enz.). Staat
tegenover een blind product test. Zie: Produkttest.
Aspinwall
Auteur, bekend om zijn indeling van consumentengoederen naar koopgedrag
(zoektijd, consumptietijd, vereiste mate van aanpassing, bruto winst,
etc.) in: rode, oranje en gele goederen.
Aspiratie niveau
De hoogte van hetgeen een consument nastreeft in termen van bezittingen,
status, opleiding, etc.. Niveau waarop behoeftebevrediging wordt nagestreefd.
Associatie
1) Een verband tussen twee of meer verschijnselen, objecten of elementen.
2) Groep mensen die zich verbonden hebben met een bepaald doel.
Associatieconcept
Een mogelijke grondvorm in de reclame. Het centrale idee waaromheen de
campagne is gebouwd. Bij een associatieconcept wordt het produkt geassocieerd
met iets buiten het produkt (b.v. frisse after-shave met branding).
Associatietest
Test waarbij gebruik gemaakt wordt van associatievragen.
Associatievraag
Indirecte vraag in een enquête waarbij de enquêteur de respondent vraagt
wat voor ideeën/gedachten etc. opkomen nadat de eerste hem/haar een situatie
heeft geschetst.
Assortiment
Geheel van produkten dat een handelsonderneming of fabrikant aanbiedt.
Bij assortimenten onderkennen wij assortiments -breedte, -diepte, -hoogte
en -consistentie/-verwantschap. Aantal produktgroepen en varianten per
groep spelen een rol.
Assortimentsbreedte
Het aantal produktgroepen in een assortiment.
Assortimentscoherentie
Zie: assortimentsconsistentie.
Assortimentsconsistentie
Mate van samenhang tussen produktgroepen in termen van afzet-, produktie-
of consumptieverwantschap. Typeert de mate waarin elke produktgroep al
dan niet appel doet op dezelfde produktie-, marketing- of verkoop-know-how.
Gebrek aan consistentie gevaarlijk. Zie: assortimentscoherentie.
Assortimentsdiepte
Het gemiddeld aantal variëteiten/varianten per produktgroep in een assortiment.
Assortimentsdimensies
Bedoeld worden doorgaans de assortimentsdiepte, de assortimentsbreedte
en de assortimentsconsistentie.
Assortimentshoogte
1) Aantal merken/produkten binnen het assortiment. 2) Gemiddeld prijsniveau
in een assortiment.
Assortimentsonderzoek
Onderzoek - binnen 1 produktcategorie - naar de compleetheid en doelmatigheid
van het assortiment in relatie tot (basis)segmentatie/behoeftecriteria
en marktontwikkeling.
Assortimentspromotie
Een prijsstrategie rondom een produkt die erop gericht is de verkoop van
het totale assortiment te bevorderen.
|